De KCV

In de lente, 28 april - 4 mei in Voorthuizen, safe the dates
Lees verder >>
Bouwen aan de Nieuwe Aarde in full-colour
Lees verder >>
Steun ons met gebed en giften
Lees verder >>
 

interview met Theo Swart
Een van de pioniers van de KCV
 

In memoriam Theo Swart

Theo Voorhout over het leven en sterven van Theo Swart

Op 7 september is weer een pionier van de Katholieke Charismatische Vernieuwing overleden: Theo Swart. Hij werd 95 jaar. Namens de Croygemeenschap heeft Theo Voorhout in de uitvaartdienst de volgende gedachten gedeeld met de aanwezigen.

Theo Swart was de oprichter en de bezielende kracht van de Croygemeenschap, vanaf het begin in 1976 tot nu toe. Vandaag nemen we afscheid van een bijzonder mens. Of misschien beter gezegd: we staan even stil bij het leven van Theo Swart, want de dood heeft niet het laatste woord. Theo leeft bij zijn Vader, zijn Abba-Vader. Theo leeft nu nog steeds. O, hoe verlangde hij ernaar zijn hemelse Vader te mogen ontmoeten om bij Hem te zijn, Hem te loven, te prijzen en te aanbidden. Intiemer dan hij ooit in zijn leven hier op aarde heeft ervaren.

Namen zijn in de Bijbel erg belangrijk, zij zijn meer dan een roepnaam, zij geven weer wat het wezen van de persoon is. Dit geldt in ieder geval ook voor Theo Swart. Theodorus betekent godsgeschenk. Hij was een geschenk van de Heer voor ieder die hem heeft leren kennen.

Als Abraham en Jacob

Als ik Theo zou moeten vergelijken met een bijbelse figuur, dan zou ik allereerst denken aan Abraham en daarna aan Jakob. Net als Abraham was hij een vaderfiguur, velen heeft hij bemoedigd, getroost, omarmd en raad gegeven. Hij was net als Abraham een man van geloof. Hij luisterde naar de Vader en gehoorzaamde Hem.

Toch moest ik ook denken aan een aantal momenten uit het leven van Jakob, die precies aansluiten bij het leven van Theo.

Jakob moest uit Kanaän vluchten. Zijn situatie was allerbelabberdst. Zijn broer wilde hem doden. Jakob had het gevoel dat hij volkomen vastgelopen was in zijn leven. Hij kreeg 's nachts een droom, waarin hij een ladder zag, waarop engelen van beneden naar boven gingen en van boven naar beneden. Zijn blik werd naar boven geleid, naar de hemel. De hemel stond open en hij zag God. Deze sprak: ‘Ik ben de HEER, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak. (…) Ik ben met u; Ik zal u behoeden waar u ook bent, en u terugvoeren naar dit land. Want Ik zal u niet verlaten tot Ik mijn belofte heb vervuld. Jakob werd wakker en riep uit: ‘Waarlijk, de HEER is op deze plaats…’ (Genesis 28,13-16)

Hij noemde die plaats: Betel. Dat betekent Huis van God. Om dit nooit meer te vergeten richtte hij een steen op, een gedenksteen en goot er olie overheen. Het was een gedenksteen, om er steeds weer aan herinnerd te worden, dat God hem zo bijzonder tegemoet getreden was.

Eenzaam en niet begrepen

Ook Theo Swart heeft zich vaak verlaten, eenzaam en niet begrepen gevoeld. Hij heeft momenten gehad, dat hij volkomen vastgelopen was. En dan juist in het donker brak het licht door, waardoor hij besefte, dat God, Zijn Abba-Vader, aanwezig was. God was voor hem een en al Liefde, barmhartigheid en troost. Theo kende veel Huis van God-momenten, momenten om nooit meer te vergeten. Hij werd dan in Gods aanwezigheid opgetild, vervuld van Gods Heerlijkheid.

Theo kon daar zo door gegrepen zijn, dat hij aan iedereen wilde vertellen, hoe goed het is om God de Vader persoonlijk te kennen. Hij was er zo vol van, dat hij niet op kon houden om daarover te vertellen.

God intenser ontmoeten

Terug naar het verhaal van Jakob. Jakob bleef 20 jaar gedwongen bij zijn oom Laban. Toen moest hij opnieuw vluchten, opgejaagd door zijn oom. Voordat hij Kanaän binnentrok, worstelde hij met de engel en kreeg een nieuwe naam: Israël. Dit speelde zich af vlakbij de plaats, die Het Huis van God heet. Hij noemde die plaats Peniël; ‘Want’, zo zei hij, ‘ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht’ . Het was een nog diepere ontmoeting, dan daarvoor.

Ook Theo Swart mag God nu nog intenser ontmoeten en Hem zien van aangezicht tot aangezicht. Hij mag totaal in Hem opgaan. Dit is de realiteit. Al het andere gaat voorbij, maar dit niet.

Kastanje

Ik wil een kleine anekdote uit zijn boek 'Juist in het donker' vertellen. Het speelt zich af in de oorlog, Theo was in Mont-Saint-Guibert, een klein plaatsje in de buurt van Brussel. Hij leefde daar van 1939 tot 1943 in een klooster van de fraters Maristen. Ook daar heeft hij het een aantal erg moeilijke momenten gehad. Ik citeer uit zijn boek: 'Ik had een mooie bruine kastanje op mijn bureau liggen met een prachtige bruine kleur. Regelmatig poetste ik hem op. Door de tranen heen zag ik die kastanje liggen. Toen sprak de Heer mij aan: 'Die mooie kastanje daar, zolang jij deze zo behandelt, blijft hij nutteloos. Maar als je hem de kans geeft om in de aarde zijn glans te verliezen, wordt het een prachtige boom die in staat is om duizenden van deze prachtige vruchten voort te brengen.'

Deze anekdote getuigt van de weg, die Theo ging. Hij heeft zeker vruchtgedragen en al de kastanjes, die hij in figuurlijke zin heeft voortgebracht moeten worden toevertrouwd aan de aarde om te sterven en op hun beurt vrucht dragen.

Visioen van een kasteel

In 1976 kreeg Theo een visioen van een kasteel en hij wist dat de Heer dat kasteel wilde gebruiken, opdat mensen Jezus beter zouden leren kennen. Later bleek dat kasteel Croy te zijn. God heeft het kasteel en de mensen, die daar gewoond en geleefd hebben, gebruikt om velen tot zegen te zijn. Mensen, zowel uit Nederland als uit andere landen. Het leven op het kasteel was voor velen een nieuwe herbronning, een nieuwe en diepergaande weg van christen-zijn. Voor menigeen was Theo, die met zijn vrouw Ine op het kasteel ging wonen, een voorbeeld en een stimulans.

Theo Swart schildert Croy

Theo Swart schildert kasteel Croy

Boek geschreven

Theo was dyslectisch, een oorzaak van veel pijn en verdriet in zijn leven. Gaandeweg begon hij dit als een zegen te zien. Hij ervoer het als Gods leiding om een boek te gaan schrijven, waarin hij zijn Abba-Vader wilde eren voor alles wat Hij in zijn leven gedaan had. Hij was al in de tachtig, toen hij met de computer leerde omgaan. Hij hoopte het eerste volledige boek met als titel Juist in het donker nog te mogen zien, maar dat is helaas niet gelukt. Wel is alles wat hij wilde schrijven zover klaar, maar het moet nog bijgeschaafd worden. Mijn hoop is dat het boek een gedenksteen zal worden van een mens, die God ontmoet heeft en met vallen en opstaan geleefd heeft tot meerdere eer van Hem. Moge het boek van Theo met de olie van de Heilige Geest overgoten worden, zodat verstaan wordt wat Theo ermee bedoelde.

Nog eenmaal het klooster

Een aantal jaren geleden gaf Theo aan, dat hij nog één keer het klooster in Mont-Saint-Guibert wilde bezoeken. Ik bood aan om met hem mee te gaan. Het gebouw stond daar nog steeds. De fraters Maristen waren al jaren geleden uit het huis vertrokken en het gebouw werd nu gebruikt als schoolgebouw. Wij liepen de school in en veel was nog zoals hij het zich herinnerde van meer dan 70 jaar geleden. Boven gekomen kwamen we in de kantine, wat vroeger de kapel was. De plaats, waar hij zoveel gebeden en gestreden had en vele Huis van God-momenten had gehad. Hij zag zijn naam nog ingekerfd in een balk en het stukje glas in een van de glas-in-loodramen was nog steeds gebroken. Hij ging zitten zonder iets te zeggen, het bleek dat we op de plaats waren, waar vroeger het orgel stond. Hij zat minuten lang stil en bracht geen woord uit. Ik voelde bijna zijn emoties door mij heengaan, zo één was ik met hem. Later op de dag hebben we nog een ander, ouder klooster bezocht, een ruïne. Het drong tot ons beiden door dat gebouwen en al het materiële zo onbelangrijk waren in het licht van diepe, intense momenten met de Heer. Die momenten en dat leven gaan nooit verloren, die hebben eeuwigheidswaarde. Ook wij mogen nu al delen in dat eeuwig leven.

Voorbeeld volgen

Jakob heeft vlak voor zijn sterven zijn twaalf zonen gezegend. De pastor zal ons zo dadelijk zegenen. Moge in die zegen besloten liggen wat Theo zijn hele leven geraakt heeft, dat wij net als hij vrucht zullen dragen. De kastanje van Theo heeft veelvuldig vruchtgedragen, het is nu aan ons zijn voorbeeld te volgen.

Ik wil eindigen met een gedicht van Johannes van het Kruis, dat hem zo dierbaar was:

O zoet en helend schroeien!

O heerlijke verwonding!

O zachte hand! O licht en fijn beroeren,

dat smaakt naar eeuwig leven

alle schuld vereffent:

Dodend hebt Gij de dood verruild voor leven!

Hier een interview met Theo Swart over de beginjaren van de KCV.

Delen

Deel op Facebook Deel op Twitter