Gebed en Bijbel

Door Jan van Beeck ofm
Lees verder >>
Interviews met Tiny Pouwels
Lees verder >>
Ook Bijbellezen en gebed
Lees verder >>
 

MEER TIPS
Deze serie
 

Twee scheppingsverhalen - hoe zit dat? - Jan van Beeck

Tips voor het Bijbellezen, deel 7

In een vorig nummer zagen we dat in de Bijbel soms meerdere overleveringen naast elkaar zijn geplaatst. Deze keer bekijken we een voorbeeld daarvan. 

Jan van Beeck

Soms tref je in de Bijbel passages aan waarin twee of drie schrijvers aan het woord lijken te zijn. Met name gebeurt dat in de boeken Genesis, Exodus en Numeri. Een voorbeeld hiervan vind je al op de eerste bladzijden van de Bijbel. Daar staan, achter elkaar, twee scheppingsverhalen.

Zeven dagen

Het eerste scheppingsverhaal is dat van de zeven dagen. Het begint zo (in de Nieuwe Bijbelvertaling van 2004): In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. God zei: 'Er moet licht komen,' en er was licht. God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.(Genesis 1,1-5)

Een tuin

Je kunt het hele verhaal teruglezen in Genesis 1,1-2,4a (dus tot en met het eerste stukje van vers 4 in hoofdstuk 2). Daarna begint meteen het tweede scheppingsverhaal, waarin God een tuin maakt en de mens daarin plaatst. Het begin luidt: In de tijd dat God, de HEER, aarde en hemel maakte, groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken; wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide. Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. (Genesis 2,4b-7) 

Schematisch of psychologisch

Beide verhalen vertellen ons dat God alles geschapen heeft. De verhalen verschillen echter aanmerkelijk van toon en van inhoud. Het eerste verhaal is zeer schematisch: er zijn zes scheppingsdagen, waarna de rustdag volgt, de sabbat. Je herkent er direct het schema van onze zevendaagse week in, die wij van de Joden hebben overgenomen. Hoogtepunt van de schepping is in het eerste scheppingsverhaal duidelijk de schepping van de mens:

- De mens, mannelijk en vrouwelijk, wordt als laatste van alles geschapen.

- De mens wordt geschapen als evenbeeld van God.

- De mens krijgt van God een speciale zegen.

Het tweede scheppingsverhaal is veel minder schematisch. Het heeft een hoger psychologisch gehalte. De schrijver ervan heeft veel aandacht voor menselijke gevoelens. De mens is in dit tweede verhaal aanvankelijk alleen een man. Hij wordt geschapen vóór de dieren. De dieren worden vervolgens geschapen, omdat de mens (de man dus) alleen is, en God vindt dat niet goed. God wil daarom een helper maken die bij de man past. Maar geen enkel dier is echt een helper die bij hem past. Ten slotte bouwt God dan, uit een rib van de man, de vrouw. Die blijkt echt bij de man te passen.

Het tweede scheppingsverhaal sluit niet af met een verwijzing naar de sabbat, maar met een verwijzing naar het huwelijk:

Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt (Genesis 2,24).

God dichterbij

Een groot verschil tussen de twee verhalen is dat in het tweede verhaal God dichter bij de mens is. In het eerste verhaal horen we God wel spreken, maar ergens uit de verte. In het tweede verhaal heeft God veel duidelijker contact met de mens: Hij vormt de mens (de man) uit stof, blaast hem de levensadem in, 'opereert' hem om de vrouw te maken.

Als je gewend bent wetenschappelijke boeken te lezen, zul je het misschien moeilijk vinden te accepteren dat in de Bijbel zulke verschillen in visie zo maar naast elkaar geplaatst worden. Als wetenschapper ben je geneigd te zeggen: het is het een of het ander, of desnoods geen van beide - maar beide verhalen kunnen niet tegelijk waar zijn.

Mysterie van God en mens

Je kunt deze Bijbelverhalen alleen waarderen als je er oog voor krijgt dat de Joden in de periode dat zij de Bijbel schreven verhalenvertellers waren. Wij zijn gewend definities te maken en alles precies te formuleren, de feiten op een rijtje te zetten. Maar in deze verhalen proberen de Joden telkens enkele aspecten van het mysterie van God en mens uit te drukken.

Wij zien iets dergelijks bij Jezus, die de ene gelijkenis na de andere vertelt over het koninkrijk van God. Elke gelijkenis is een verhaal dat een of meer aspecten ervan uitdrukt. Op allerlei onderdelen spreekt de ene gelijkenis de andere tegen. Hoe kan het met het koninkrijk van de hemel nu zijn als met een schat in een akker en tegelijk ook als met een sleepnet (Matteüs 13,44 en 47)? Het gaat echter niet om zulke onderdelen, maar om de boodschap die in de gelijkenis ligt. Elke gelijkenis biedt een eigen boodschap, met daarin een of meerdere aspecten van een geheel. Stel je open voor de boodschap van elke gelijkenis, en voel hoe die boodschappen elkaar aanvullen.

Anders gezegd: verhalen missen de preciesheid van onze wetenschappelijke artikelen. Maar verhalen zetten ons wel op weg om met het mysterie te leven.

Nog meer over de schepping

Verderop in de Bijbel vinden we nog meer over de schepping. Het wordt te veel om al deze passages hier te behandelen. Ik geef slechts twee kenmerken:

- In sommige dichterlijke teksten vind je verwijzingen naar scheppingsverhalen van andere volkeren. In die scheppingsverhalen komt bijvoorbeeld het oermonster Leviatan voor. In Psalm 104,26 wordt Leviatan ook genoemd, maar de machtige draak blijkt een speeltje te zijn voor God: Daar bewegen de schepen zich voort, daar gaat Leviatan, door u gemaakt om ermee te spelen.

Leviatan komt ook voor in Psalm 74,14 en in Jesaja 27,1. Ook in deze teksten staat dat God macht heeft over Leviatan. Verder treffen we Leviatan nog aan in Job 3,8.

- Enkele teksten in het Nieuwe Testament belichten de rol van de Zoon (het Woord) bij de schepping. Zo staat er in Kolossenzen 1,16 over de Zoon:

…in hem is alles geschapen,

alles in de hemel en alles op aarde,

het zichtbare en het onzichtbare,

vorsten en heersers, machten en krachten,

alles is door hem en voor hem geschapen.

En Johannes 1,1-3 spreekt over de rol van het Woord bij de schepping:

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat.

 

Uit Bouwen aan de Nieuwe Aarde 2012-1

 

 

Delen

Deel op Facebook Deel op Twitter