30 mei 2026 gaf paus Leo XIV zijn eerste toespraak tot vertegenwoordigers van charismatische vernieuwing in de Katholieke Kerk.
”De hernieuwde aanwezigheid van de Geest heeft in jullie een nieuw vermogen gewekt om lief te hebben, geïnspireerd door Gods liefde. Deze liefde is gericht op God en jullie broeders en zusters, en inspireert tot nabijheid en medeleven, speciaal voor mensen die lijden.”
Paus Leo memoreerde zeer positieve woorden van zijn voorgangers over charismatische vernieuwing en spoorde aan tot evangelisatie en het gebruik van de charisma’s van de Geest. De doop in de Geest omschreef hij als een ervaring van de Heilige Geest die leidt tot een helder bewustzijn van Gods liefde. Hij vergeleek het met een ervaring van de heilige Augustinus die plotseling verlost was van zijn angst om werelds genot te moeten missen, maar nu uitriep: ‘U wierp ze uit van mij, o ware en hoogste Liefelijkheid, U wierp ze uit en trad in hun plaats binnen, zoeter dan ieder genot. (Confessions, IX, 1, 1)’ Zo heeft de Heilige Geest ook jullie toegestaan de liefelijkheid van Christus te ervaren. Ook voor jullie is het leven sinds dat moment veranderd,” zei paus Leo. “Zijn Geest bracht innerlijke verzoening, vrede en vrijheid.”
Vanuit die ervaring komt volgens paus Leo het innerlijk verlangen om getuigen te zijn en boodschappers van Gods liefde. Hij benoemde ook hoe de Geest het lezen van de Heilige Schrift verandert en memoreerde de oproep van paus Leo XIII om tussen Hemelvaart en Pinksteren een noveen tot de Heilige Geest te bidden, in het bijzonder voor de eenheid onder christenen. Lees de hele toespraak op https://press.vatican.va/content/salastampa/en/bollettino/pubblico/2026/05/30/260530c.html
