Tijdschrift Bouwen aan de Nieuwe Aarde

Neem nu een abonnement, dan blijf je verbonden en op de hoogte.
Lees verder >>
Introductieteksten en enkele artikelen online
Lees verder >>
Maak het bekend en steun ons met gebed en giften
Lees verder >>
 

Printversie van dit artikel

 

Wie was paus Johannes XXIII?

Op 27 april 2014 heilig verklaard

Wie was die paus die in 1959 door een ingeving van de Heilige Geest een concilie bijeenriep en heel de kerk opriep te bidden om een nieuw Pinksteren? Had hij zelf een persoonlijke pinksterervaring gehad? Marianne Visser van Klaarwater ging op zoek in zijn geestelijk dagboek.

Dit geestelijk dagboek bestrijkt bijna het hele leven van deze paus. Het begint in 1895 - toen Angelo Guiseppe Roncalli nog maar veertien was - en eindigt in 1963, enkele maanden voor zijn dood op 81-jarige leeftijd.

Kardinaal Leo Jozef Suenens hield in de concilie-aula op 28 oktober 1963 een gedenkrede. Daarin vergeleek hij de overleden paus Johannes XXIII met Johannes de Doper, want deze paus heeft een weg geëffend en voor de Kerk een nieuw tijdperk geopend.

Dicht bij Jezus

Het geestelijk dagboek laat zien hoe Angelo Roncalli (1881-1963) zichzelf zijn leven lang aanspoorde om zich volledig aan God te onderwerpen. Dat begint al op zijn veertiende, wanneer hij seminarist is te Bergamo (1895-1900). Hij vecht tegen de verstrooidheid gedurende het altaarbezoek, het bidden van de rozenkrans, de geestelijke oefeningen en het gewetensonderzoek. Hij verlangt naar meer rust in zijn ziel door zijn leven te beteren. Hij bidt vurig tot God om zijn ziel te genezen en waakt ervoor om overdreven vrolijk te zijn en te veel te praten. Voor alles geldt: nederigheid betrachten. Hij bidt tot de heilige Maagd Maria, vindt troost bij haar en vraagt haar: 'Breng mij heel dicht bij Jezus. Help mij Hem vredig lief te hebben. Amen'.

 

Beschermengel in extase

In zijn voornaam Angelo ziet hij de voorbeschikking van de Goddelijke Voorzienigheid. Hij schrijft: 'Maar wat een schande voor mij dat ik, die altijd Angelo genoemd wordt en in mijn gedragingen een engel zou moeten zijn, dit in werkelijkheid nooit geweest ben.' En enkele alinea's verder: 'Een heerlijke gedachte komt bij mij op! Een engel uit het paradijs staat mij, ondanks alles, altijd terzijde en is tegelijkertijd in een voortdurende liefdevolle extase met God verbonden. Alleen al de gedachte hieraan is heerlijk. Ik bevind mij dus steeds voor de ogen van mijn beschermengel, die voor mij bidt en die naast mijn bed over mij waakt, wanneer ik slaap.'

Hij schaamt zich voor het koesteren van hoogmoedige gedachten, en voor bepaalde woorden en daden. En hij vraagt: 'O Geest, die mij vergezelt, bid God voor mij dat ik nooit meer iets zal doen, zeggen of denken dat Uw reine blik zal kunnen krenken.'

Noveen voor Pinksteren

 Op 26 mei 1898 erkent hij tot zijn schande de noveen voor Pinksteren niet goed te hebben gehouden. 'Als ik zo voortga, doe ik óók de weinige dingen die ik, naar mijn idee, aanvankelijk goed heb gedaan, teniet. Ik kan niet anders doen dan nederig zijn en vertrouwen hebben.' Met de ogen steeds gericht op God en Maria neemt hij zich voor om een triduüm te houden om het goed te maken.

Nederig zijn

Volgens zijn aantekeningen van 3 juni 1898 vraagt hij in de maand mei en tijdens de noveen tot de Heilige Geest aan Jezus en Maria de deugd van nederigheid. 'Nederig zijn dus en nog eens nederig zijn en vooral het oog gericht houden op die punten, waarvan men zegt - en ik moet daar wel enigszins mee instemmen - dat ik daarin tekort ben geschoten.'

Door zijn eenvoud en bescheidenheid lijkt hij veel op paus Franciscus.

De Heer is verplicht

Vlak voor zijn priesterwijding in 1904 overvalt hem een 'buitengewoon grote vreugde'. Tegelijk met deze vreugde komt ook de angst om het niet vol te kunnen houden. Daarom bidt hij: 'O Hart van Jezus, help mij; ik ben een armzalig mens, maar ik bemin U, ik bemin U, ik bemin U.'

In 1925 wordt hij benoemd tot bisschop. Over deze benoeming zegt hij bescheiden: 'Ik heb dit nieuwe ambt niet gezocht of gewenst; maar de Heer heeft mij met dermate tekenen van Zijn wil uitverkoren, dat het een zware zonde zou zijn hieraan geen gehoor te geven. Hij is dus verplicht mijn zwakte te maskeren en mijn tekortkomingen aan te vullen. Dat troost mij en geeft mij rust en zekerheid.'

Heilige herder

Wanneer Roncalli in 1953 kardinaal en patriarch van Venetië wordt, is hij 72 jaar. 'Ik bevind mij dus op de drempel van de eeuwigheid. Gedurende de weinige jaren die ik nog te leven heb, wil ik een heilige herder zijn'. Tegenover de 'grote schittering van de kerkelijke waardigheid' en alle eerbetoon staan de geringe bisschoppelijke inkomsten en het grote aantal verzoeken om financiële steun. 'Ik wil de Heer echter danken voor deze armoede, die een beetje vernederend is en dikwijls lastig. Deze doet mij meer gelijken op Jezus en de heilige Franciscus.' Zijn devies is nu: 'Ik ben niet bang om te sterven en ik weiger niet om te leven', een uitspraak van de heilige Martinus.

Ingeving van de Geest

Hoogbejaard kondigt paus Johannes XXIII op 29 januari 1959 aan een concilie bijeen te roepen. Hij geloofde hiertoe te zijn aangespoord door de Heilige Geest. Na de afkondiging verklaarde hij, dat deze daad 'een gevolg was van een spontane inval welke wij in de eenvoud des harten als een onvoorziene en onverwachte schok hebben aangevoeld.'

Voorbereiding in gebed

Om zich voor te bereiden op het concilie trekt de paus zich terug in stilte en gebed. Voor zijn meditaties tijdens deze retraite kiest hij zeven uitgangspunten: de drie goddelijke deugden geloof, hoop en liefde, en de vier kardinale deugden: voorzichtigheid, rechtvaardigheid, sterkte en matigheid. Hij permitteert zich geen lectuur, maar heeft in deze retraite een zeer sterke aandacht om verbonden te zijn met de Heer. Zijn gebed is: 'Heer Jezus, kom mijn onvermogen te hulp' en 'Heer, Gij weet alles, Gij weet dat ik u bemin' (Johannes 21,17).

Geest afsmeken

Op 22 mei 1963 spreekt de paus voor de laatste keer de gelovigen toe, waarbij hij zegt. 'Laten wij achter de Heer aansnellen die ten hemel vaart en laten wij de apostelen navolgen, die in het cenakel bijeenkwamen en de Heilige Geest afsmeekten.'

Met dank aan de heer A.F.Andringa, die mij het geestelijk dagboek gaf en die al sinds de jaren '60 bevriend is met de familie Roncalli en mgr. Louis Capovila, de samensteller van 'Joannes XXIII. Geestelijk dagboek en andere geestelijke geschriften', in Nederlandse vertaling uitgegeven door Lannoo te Tielt in 1965. In dit boek staat Joannes steeds zonder h. Dat is de Latijnse schrijfwijze.

Marianne Visser van Klaarwater

--------------- 

Het concilie vond plaats van 1962 tot en met 1965. In 1967 ontstond de Katholieke Charismatische Vernieuwing: mensen worden vernieuwd door de Heilige Geest en ontvangen charisma's tot opbouw van de geloofsgemeenschap en tot welzijn van de Kerk (Conciliedecreet over de roeping en zending van de leken, nummer 3).

In het boek 'Een nieuw Pinksteren?' betoogt Kardinaal Suenens waarom hij de charismatische vernieuwing ziet als een verhoring van het gebed van de pausen Johannes XXIII en Paulus V om een nieuw Pinksteren. Dat hele boek staat als 0237 op www.stucom.nl.

Meer over het concilie: www.volgconcilie.be

Uit: Bouwen aan de Nieuwe Aarde, 2014-2

Delen

Deel op Facebook Deel op Twitter