Tijdschrift Bouwen aan de Nieuwe Aarde

 
 

EEN EINDE MAKEN AAN EEN DRAMATISCHE SCHEIDING

‘Smerige Jood, jullie hebben Jezus vermoord,’ riep een klasgenoot tegen Marty Waldman in Californië. En deze christelijke klasgenoot sloeg hem in zijn gezicht. Ongelofelijk dat zoiets kan gebeuren. Dat maakt het een nog groter wonder dat Marty als Jood later tot geloof is gekomen in Jesjoea. Ja, hij noemt Jezus bij zijn joodse naam: Jesjoea.

De Messiasbelijdende-Joodse rabbijn Marty Waldman was de hoofdspreker op een conferentie van Toward Jerusalem Council II (TJC-II, Op Weg naar een Tweede Vergadering van Jeruzalem), 17-19 mei 2019 in Biezenmortel. Nog schokkender dan die klap in zijn gezicht was het om de antisemitische uitspraken van sommige invloedrijke heilige kerkvaders en van Luther en Calvijn te horen en te lezen.*

De 66 deelnemers uit Nederland, België en Ierland waren er stil van. Op de tweede avond was er tijd gereserveerd om ons te verootmoedigen voor de Heer en om vergeving te vragen. Bracha, de Messiasbelijdende-Joodse aanbiddingsleidster van TJC-II uit Jeruzalem, die ook sprak op de conferentie, vertelde de volgende dag hoe blij zij was met onze daden van verzoening.

Persoonlijke getuigenissen van Joden

De persoonlijke levensverhalen te horen van Joden die tot geloof in Jesjoea gekomen zijn, is de beste manier om inzicht te krijgen in de onderlinge verhoudingen tussen Joden en niet-Joden binnen het lichaam van Christus. Het verhaal van Marty Waldman is indrukwekkend. Zijn ouders zijn overlevenden van de holocaust. Toen hij zijn moeder vertelde dat hij tot geloof in Jesjoea was gekomen, begon ze hysterisch te schreeuwen en wilde ze hem dood laten verklaren, omdat hij voor haar begrip nu aan de kant van Hitler stond. Jaren later is zij ook zelf tot geloof in Jezus gekomen.

Twee concilies schiepen afstand

De christelijke Kerk begon als een charismatische beweging binnen het Jodendom met Joden als Jesjoea, Maria, Petrus, Andreas, Johannes, Jakobus, Paulus en alle andere eerste volgelingen van Jesjoea.

De dramatische scheiding tussen de Joodse en de niet-Joodse volgelingen van Jesjoea in de eerste eeuwen is gemarkeerd door twee concilies, legde Marty uit. Eerst het Joodse concilie in het jaar 90 in Javne, waar werd besloten dat Joden die tot geloof kwamen in Jesjoea niet langer Jood konden zijn. Later werd tijdens het eerste oecumenische concilie in 325 in Nicea, hetzelfde door de niet-Joodse leiding van de Kerk vastgelegd. Dit concilie stelde dat een Jood die christen was geworden, niet langer joods was en de Joodse traditie niet meer mocht houden. Het idee dat de Kerk in plaats was gekomen van het Joodse volk werd in de eeuwen daarna de algemene opvatting onder de christenen. Pas door de Sjoa, de moord op zes miljoen Joden in de Tweede Wereldoorlog, hebben de meeste kerken kritisch gekeken naar deze vervangingstheologie.

Leerlingen stellen vragen

Aan het einde van de conferentie werd aan Marty en Bracha gevraagd of zij vragen konden formuleren die de messiaans-Joodse beweging heeft aan de wereldwijde christelijke Kerk. We hebben huiswerk te doen.

Marty begon te zeggen dat het onder Joden een belangrijke manier van leren is om als leerling steeds weer nieuwe vragen te stellen. Dat hij nu vragen aan de Kerk stelde, was op uitdrukkelijk verzoek van de deelnemers.

Vragen aan de Kerk

Dit waren de vragen die hij aan ons meegaf:

- Waar in de Kerk passen de Messiasbelijdende Joden die vanuit hun Joodse identiteit willen leven?

- Zijn zij welkom in uw kerk, wanneer ze een keppel dragen en zichtbaar herkenbaar zijn als Joods?

- Is er een verschil tussen de God van het Oude Testament en het Nieuwe Testament?

- Hoe kun je een christen zijn en tegelijk antisemitisch?

- De Rooms-Katholieke Kerk heeft tijdens het Tweede Vaticaans Concilie officieel afstand genomen van de vervangingstheologie. Dat is nog helderder geformuleerd in de Catechismus van de Katholieke Kerk van 1992, maar waarom is deze officiële leer zo weinig bekend onder de Rooms-Katholieken?

Kees Slijkerman

*Over deze antisemitische uitspraken: zie onder

Meer over dit onderwerp: www.kcv-net.nl/meer/a/onderwerpen/joden-en-kerk

KERKELIJK ANTI-JUDAÏSME

De Nederlandse bisschoppenconferentie schreef in oktober 1995: “Een zogenaamde ‘catechese van verguizing’ leerde dat het Jodendom na de dood van Christus als volk verworpen zou zijn. (…) Wij wijzen deze traditie van kerkelijk anti-judaïsme af en betreuren de afschuwelijke gevolgen ervan.”

Zoals in het artikel Een einde maken aan een dramatische scheiding (pag. 26) staat vermeld, werden daar anti-Joodse citaten van Luther, Calvijn, Johannes Chrysostomus, Ambrosius en Hieronymus getoond.

Zo heeft Hieronymus gezegd: “Als zij zowel joden als christenen zijn, zijn zij noch joden, noch christenen.” Bron: The Works of Saint Augustine: Letters 1-99, New City Press, New York, 2001, pag. 284.

Calvijn noemde in een preek over Deuteronomium 1 de Joden een vervloekt uitvaagsel (bron: www.digibron.nl).

Van Luther verscheen in 1543 zijn boekje ‘Over de Joden en hun leugens’ waarin hij voorstelt: verwoesting van de huizen van de Joden, opheffing van bescherming op reis, verplichte slavenarbeid, verwoesting van hun synagogen, vernietiging van gebedenboeken en talmoedische geschriften, een leerverbod voor de rabbijnen en een verbod op godsdienstige samenkomsten (bron: www.kerkenisrael.nl).

Uit: Bouwen aan de Nieuwe Aarde 2020-1

Delen

Deel op Facebook Deel op Twitter