Talrijke vruchten van de Heilige Geest

Bijbelstudie 

Behalve de vruchten van de Heilige Geest die Paulus noemt in zijn brief aan de Galaten en in andere brieven zijn er nog meer vruchten van de Heilige Geest.

Liefde

Liefde (in het Grieks agapè) is de natuur van God zelf (1 Johannes 4,8.16). En God heeft die liefde uitgestort in het hart van iedere gelovige, door de Heilige Geest (Romeinen 5,5). Als er één vrucht is die het christenleven moet kenmerken, dan is het wel de liefde. Paulus komt hier in zijn brieven steeds weer op terug (Romeinen 14,15; 1 Korintiërs 12,31; 1 Korintiërs 13,1-3.13; 2 Korintiërs 2,8; Kolossenzen 2,2). Bekend zijn de verzen uit de Eerste Brief aan de Korintiërs, waarin Paulus in enkele lijnen weergeeft wat liefde zoal kan betekenen: “De liefde is geduldig en vriendelijk; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij verbeeldt zich niets. Zij gedraagt zich niet onfatsoenlijk, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verduurt zij”(1 Korintiërs 13,4-7). 

Vreugde

Vreugde is blijdschap, verheuging, geluk. De vreugde waar het hierom gaat, is echter geen menselijke blijdschap die door aardse dingen wordt teweeggebracht, maar een vreugde 'in de Heer' (Filippenzen 3,1; 4,4). Dit soort diepe blijdschap wijkt niet voor aardse omstandigheden, die aanleiding geven tot verdriet (zie 2 Korintiërs 6,10; 8,2; 1 Tessalonicenzen 5,16). Ware vreugde is immers 'vreugde door de heilige Geest' (Romeinen 14,17). 

Vrede

Deze vrucht houdt een innerlijke toestand in van rust, kalmte en harmonie. God is een God van vrede (1 Korintiërs 14,33). Het oorspronkelijke Bijbelse woord voor vrede is sjalom. Dat houdt ook in heelheid, gezondheid, voorspoed, welbevinden en veiligheid, niet alleen voor zichzelf, maar ook in de relatie tot de medemens en tot God. Zoals de Heilige Geest steeds weer aanstuurt op eenheid, zo zorgt vrede ervoor dat die eenheid wordt bewaard (vergelijk Efeziërs 4,3). Vrede is ten volle een vrucht van de Geest en meer dan een louter persoonlijke verworvenheid. Vrede moet ook worden uitgestraald. Aan vrede moet worden gebouwd. 

Geduld

Geduld slaat op verdraagzaamheid, lankmoedigheid, het niet snel verstoord zijn. Omdat God niet alleen liefde is, maar ook een God van vrede, is ook het geduld een eigenschap van God (Exodus 34,6). De gelovige die zich door God laat leiden, is net zoals God vol geduld en 'traag van toorn', langzaam met straf en vergelding, maar ook volhardend onder verdrukkingen die anderen hem aandoen (vergelijk Kolossenzen 1,11). 

Vriendelijkheid

Onder vriendelijkheid kan ook welwillendheid of goedertierenheid worden verstaan. Het houdt een minzame, welwillende, attentievolle houding tegenover anderen in. 

Goedheid

Ook deze vrucht houdt welwillendheid en edelmoedigheid in tegenover anderen, maar dan gekoppeld aan rechtvaardigheid. Dat houdt in het geven aan anderen wat recht en billijk is. Goedheid houdt het midden tussen welwillendheid en rechtschapenheid. 

Vertrouwen

In het Grieks staat er pistis, wat in deze context trouw, getrouwheid, betrouwbaarheid, oprechtheid, loyaliteit betekent (conform Jesaja 25,1; Titus 2,10). 

Zachtmoedigheid

Zachtmoedigheid mag hier zeker niet verstaan worden als week, futloos, laf of karakterloos. De vrucht van zachtmoedigheid wijst op een zachtheid, vriendelijkheid, nederigheid, inschikkelijkheid, vreedzaamheid en verdraagzaamheid, die gepaard gaat met innerlijke kracht. Dit zien we het duidelijkst in Jezus, die zachtmoedig en nederig van hart is, maar innerlijke kracht toont als hij de tafels van de geldwisselaars in de tempel omgooit (Matteüs 11,29; 21,5; 21,12). Ook bij Paulus zien we geregeld de combinatie van zachtmoedigheid en gestrengheid (1 Korintiërs 4,21; Galaten 6,1). Eigenlijk gaat het dus om geestelijke energie, die in zachtheid is verpakt.  

Zelfbeheersing

Deze vrucht wijst op gematigdheid, het vermogen om zichzelf en zijn hartstochten, drift en dergelijke onder controle te houden, zoals een atleet dat moet leren (1 Korintiërs 9,25), en zoals van belang voor 'oudsten', leiders van de eerste christengemeenten (Titus 1,7-8) en ongehuwden (1 Korintiërs 7,9). De ascese waarvan deze vrucht blijk geeft, is geen doel op zich, maar een middel om een hoger doel te bereiken, namelijk zichzelf beheersen om zich beter aan anderen te kunnen wegschenken. 

Mogelijke andere vruchten

Algemeen wordt aangenomen dat het lijstje in Galaten 5,22-23 geenszins beperkend is. Het gaat slechts om voorbeelden, waaraan men nog talrijke andere vruchten kan toevoegen. Vermeldingen van andere vruchten vinden we hier en daar verspreid in het Nieuwe Testament. Efeziërs 4,24 vermeldt gerechtigheid en heiligheid; Kolossenzen 3,12 nederigheid en tedere ontferming; 2 Petrus 1,6-7 standvastigheid, vroomheid en broederliefde. Daarom is het wellicht juist te concluderen dat Paulus in Galaten 5,22-23 vooral die vruchten noemde, die voor de Galatische gemeenten van bijzonder belang waren.

Deze mooie passage uit De Nieuwe Katechismus (1966) schetst ons nog enkele meer hedendaagse voorbeelden: "Men zou deze lijst (Galaten 5,22-23) kunnen verlengen met een beschrijving van héél het christelijk leven: verborgen trouw, zelfvergeten goedheid (levenslang ziekenzuster), plicht zonder veel woorden (huismoeder), onwrikbaar vertrouwen van de zondaar dat Gods hart groter is, volharding in bekoringen, warme goedheid voor zijn buur-in-nood, echte liefde tot God, brandend houden van het stille gebed, geduld in pijn, de vreugde van een goed geweten. Dat is het huidige werk van de Geest".

Edgard Peeters

Uit Bouwen aan de Nieuwe Aarde 2018-2 

Zie voor de literatuur waaruit geput is voor dit artikel zijn scriptie op www.kcv-net.nl/kcv/a/4083.

Dit is het derde en laatste deel van Edgard Peeters over vruchten van de Geest.

Deel 2 Deugden en gaven zijn kanalen voor vruchten van de Geest

Deel 1 Inwendige gezindheden